Maatregel gedragscode Interpolis was gedoemd te mislukken

Rechter: ‘Interpolis moet ook kosten vergoeden van schade-expert die geen NIVRE-lid is’

Interpolis mag niet weigeren de kosten te vergoeden van een door de verzekerde ingeschakelde schade-expert met als onderbouwing dat die zich niet aan de Gedragscode expertorganisaties zou houden. Dat oordeelde de kantonrechter in Apeldoorn woensdag in een zaak over de afhandeling van een keukenbrand. Dat de expert niet bij NIVRE of een andere brancheorganisatie was aangesloten, is volgens de rechter niet van belang.

Gedragscode

In de verzekeringsvoorwaarden van de inboedel- en opstalverzekering staat dat alle contra-experts ingeschreven moeten zijn bij het Nederlands Instituut Van Register Experts (NIVRE) of bij een vergelijkbare brancheorganisatie. Die organisatie moet zich houden aan de Gedragscode expertorganisaties. “Voldoet de expert niet aan deze eisen? Dan zijn de kosten niet verzekerd.” Daar beroept Interpolis zich op. Volgens de verzekeraar houdt deze niet-aangesloten expert zich niet aan de genoemde Gedragscode. Maar daar neemt de kantonrechter geen genoegen mee. “De voorwaarden eisen aldus dat de organisatie zich houdt aan de Gedragscode.

Kritiek

Op de maatregel van Achmea kwam deze zomer direct al kritiek van niet-aangesloten schade-experts. Eric Horssius (Contra-expert.nl) noemde de maatregel zelfs gedoemd te mislukken. “De Nederlandse wet verbiedt immers om regels te maken die op dit punt het recht van verzekerden verminderen”, verwees hij naar de wetsartikelen waar ook de kantonrechter nu naar verwijst.

Lees hele artikel op amweb.nl

Fraudeurs geven verzekeraars lik op stuk

Eric Horssius , Senior Schade-expert bij Krantz & Polak RESOLVE, Financier van procedures tegen trage schadeverzekeraars.

Ik maak bezwaar tegen de ongebreidelde macht die de grootinquisiteurs van de verzekeraars mijn inziens vertegenwoordigen. Ik bedoel hier de nieuwste vorm van eigen rechter spelen. De steeds verder gaande klucht, getiteld: “Verzekeraars geven fraudeurs lik op stuk”.

“Wie de verzekeraar oplicht, krijgt vanaf nu direct een rekening van 532 euro gepresenteerd. Dat is de consequentie van een nieuwe maatregel die verzekeraars met de steun van onder meer het ministerie van Veiligheid en Justitie en de Nationale Politie introduceren”.

Niemand die iets te zeggen heeft in dit land maakt zich zorgen over het onwaarschijnlijk hoge: “Wij van WC-Eend adviseren dat wij een boete mogen uitdelen aan wie wij maar willen-gehalte”. Je hebt het hier over een soort chantage-tak van de verzekeraars. Het betreft hier een zelfbenoemd A-team onder incasso bureaus, belast met het jagen op personen of instellingen die door een medewerker van een verzekeraar worden verdacht van witteboordencriminaliteit. Het slechte nieuws is dat verzekeraars ook nog eens vangnetten en wapens cadeau krijgen, juist van de overheid die ons dient te beschermen tegen chantage.

In de folders prijst de uitvoerende club So-Da.nl zich aan met woorden, en op een manier, waardoor er een gerechtelijk snufje aan deze nieuwe “Toetanchamon incasso medewerkers” lijkt te zitten. In werkelijkheid zijn het echter niet meer dan veredelde privé-graaiers.

De schadeverzekeraars dreigen uit te groeien tot een onaantastbare machtspositie. Dit ondanks dat verzekeraars zich in het naspel van gesloten verzekeringen en schades danig vergaloppeerd hebben en zich ernstig zorgen moeten maken over de toekomst. Al eerder rezen vanuit het ministerie van Justitie kritische geluiden over de bijzondere bevoegdheden die de speurneuzen van verzekeraars zichzelf toedichtten. Aangezien verzekeraars genoeg dossiers en zaken tellen die zijn betrokken bij schimmige deals, geeft het volgens mij geen pas om deze bedrijven en bureaus zelf nog eens te belasten met zulk maatschappelijk gevoelig speurwerk als bijvoorbeeld “verzekeringsfraude”. Het gaat mij vooral om die gedupeerden, die weliswaar geen onkreukbare engelen van uiterste administratieve accuratesse zijn, maar dan nog niet maar afgerekend kunnen worden als een ordinaire ladelichter.

Mijn ervaring is dat verzekeraars zeer eenzijdig een schadegeval laten onderzoeken, door overigens tekortschietend personeel of partij-informanten. In rapporten die ik onder ogen kreeg worden de feiten zo gerangschikt dat het imago van een verzekerde aan stukken werd gescheurd. De kans om zich tijdig tegen de aanklachten te verweren, krijgt men niet. Personen die ten gunste van een gedupeerde zouden kunnen getuigen, worden niet gehoord, omdat ze partijdig zouden zijn. Bovendien bedienden de speurneuzen van verzekeraars zich ook nogal eens van foutieve gegevens, wanneer hen dat van pas komt om verzekerden in de verdrukking te brengen. Met termen als «onbegrijpelijk en opmerkelijk», later ook vervangen door het eufemistische doch evenveel verdenking opwekkende «al dan niet opzettelijk onjuiste opgave doen» probeert men het beeld te creëren van een verzekerde die tijdens de schadebehandeling zichzelf aan het verrijken is. Ik ken een geval waar de boekhouding van een gedupeerde inderdaad een chaos was maar de speurneuzen van de verzekeraar er een kleptomaan en pyromaan rookgordijn van maakten.

Laat u niet zonder protest afvoeren en cremeren. Verzet u tegen een publieke maar particuliere executie door eigen rechtertje spelen van verzekeraars. Doe u zelf een groot plezier en weiger zo een onfatsoenlijke aanpak. Laat uw zaak en kansen op zijn merites beoordelen. Ik voorspel u: ZEER GROTE KANS dat autosuggestie, opzettelijke onvolledigheid en andersoortige manipulatie van gegevens uw zaak aan elkaar doen hangen, met kennelijk maar één doel: de onmiddellijke liquidatie van u en uw vordering tot schadevergoeding.

Tot slot. Over de vraag welke duistere doelen daarmee worden gediend, tast ook ik in het duister. Ik houd het op onheil dat verzekerde over zichzelf zou hebben afgeroepen door een zelfbewuste stijl van claimen of te weinig medewerking geven aan expertise of onderzoek. Dan wel ligt het aan de omvang van de gevorderde schadevergoeding en de daaruit voortvloeiende rancune in kringen van het schade- apparaat die, eenmaal samengebald in de Bloedraad van de ”Commissie tot Fraude Coördinatie” of “Speciale Zaken”, uiteindelijk wraak wil nemen, en wel door het inhuren van de «forensische» “onafhankelijke” partij informanten.

Verzekeraars: ‘advocaatkosten drijven premies op’

Het Verbond van Verzekeraars (zonder Verzekerden en zonder Polissen) heeft weer orakelt[1].

“Toegenomen advocaatkosten zijn één van de oorzaken voor de duurder geworden autoverzekeringen”. Hoewel de woordvoerder van het Verbond geen duidelijke verklaring heeft voor de stijging van de advocaatkosten, belet dit deze spreekbuis van de belangenbehartigers van verzekeraars niet om alvast aan te kondigen dat de premies voor verzekeringen: “weer moeten worden opgeschroefd om zodoende verzekeraars zich staande te kunnen laten houden”.

Zich waarschijnlijk realiserend dat deze conclusie niet gedragen wordt door de gestelde feiten doet de woordvoerder snel en op de nipper een ondersteunend motief toevoegen: “een andere oorzaak voor de stijgende kosten van autoverzekeringen is  –volgens het Verbond- dat steeds meer partijen schade willen verhalen op de aansprakelijke partij”.

Dat het Verbond slechts een lobby en belangenpartij is, komt nooit duidelijker naar voren dan op het moment dat woordvoerder Rudi Baars de microfoon neemt. Alleen hij is, namens het Verbond, in staat om de schuld van premiestijging te leggen bij gedupeerden. Ook de advocaten, die de belangen behartigen van die gedupeerden, doen in zijn ‘complotdenken’ mee aan deze forse premiestijgingen. Om redenen waar het Verbond ons naar laat raden, verzuimen zij de rol van schadebehandelaars van de eigen verzekeraars in hun feitenapparaat mee te nemen. Een ieder die echter thuis is in deze nare, zwarte wereld van verzekeraars, en  schade behandelen, weet hoe het er aan toe gaat. Een gedupeerde, die zich meldt zonder advocaat bij een verzekeraar, is –bij voorbaat- kansloos in het verkrijgen van een passende en redelijke schadevergoeding.

De situatie is grimmiger, schadebehandelaars van verzekeraars schromen niet om ook advocaten te ringeloren en te frustreren als het gaat om het verkrijgen van een betaling die een slachtoffer redelijkerwijze toekomt. Typerend is de behandeling van een verkeersslachtoffertje van 10 jaar oud, die vanwege de opgelopen zware verwondingen aan haar benen, nimmer meer een jurk of rok zal kunnen dragen. Verzekeraars achten het dan juist om tegen zo’n meisje te zeggen dat: “dat geen schade is, nu er immers hele fraaie maillots en broeken te koop zijn”. Met een dergelijke houding mag het Verbond zich niet afvragen waarom er meer en meer door gedupeerden gezocht wordt naar deskundige belangenbehartiging. De door het Verbond veroordeelde maar vooronderstelde “claimcultuur” is, vanwege de soms schrijnende, achterhaalde en zelfs achterlijke, schadebehandeling, slechts een reactie van gedupeerden op de door verzekeraars ingezette actie van altijd en overal te laat en te weinig willen vergoeden.

Opmerkelijk is dat het Verbond onveranderlijk de voorloper is van het aankondigen van premiestijgingen. Zij neemt, met alle liefde zo lijkt het, de rol op zich van verkenner, die de markt en haar temperatuur gaat peilen. Niet in de laatste plaats wordt de stemming gemeten van toezichthouders, consumentenorganisaties en politici. Deze beleidsbepalers worden over het algemeen deskundig door het Verbond in de hoek gezet, als het gaat om het argument dat verliezen van enige honderden miljoenen in een jaar “vanzelfsprekend” dienen te leiden tot premiestijging. Bijzonder sneu is het om te constateren dat beleidsbepalers zich deze praatjes onnadenkend laten aanmeten.  Ik herinner me nog goed dat toen ik werkzaam was in de kamer naast die van de holding-fiscalist van AEGON, zijn dagelijkse grap was dat “als een verzekeraar in de publiciteit kwam met winst, zij dat dan hun eigen fiscalist dienden te verwijten”.  Daarboven stelde deze toenmalige collega dat winsten in de ene sector “gelukkig” gebalanceerd kon worden niet met incidentele verliezen in de andere sector. “als het tegenzit in de ene sector, dan hang je dat aan de grote klok, als het structureel meezit in de andere sector(en) dan verdoezel je dat. Zo’n politiek doet aandelenpakketten en winkelcentra in de portefeuille komen”.

In het Rank Xerox verhaaltje van het Verbond (het kan net zo goed passend worden gemaakt voor hagelschade, stormschade etc., wordt de Zwarte Piet toegespeeld aan (de advocaat van) de gedupeerden. Nimmer wordt de Sinterklaas van de herverzekering een rol toebedeeld in deze repeterende klucht. In Nederland wordt, met doorbetaling van circa 40% van alle door Nederlanders betaalde schadepremie, de schadelast goeddeels neergelegd bij herverzekeraars. De conclusie dat daardoor feitelijk 60% premie teveel betaald wordt door Nederlanders, laat ik nu maar even voor wat het is. Het gaat mij erom dat het Verbond stopt met doorzichtige huilie huilie verhalen over de lage premies en verwijten aan individuele slachtoffers en hun advocaten. Het argument dat het collectief daarom meer premie moet betalen is stilaan rijp voor het historisch rariteitenkabinet. De olifant in de kamer dient benoemd te worden: verzekeraars willen elk jaar meer winst en zeker niet het appeltje voor de dorst in enig jaar opeten.

 

Eric Horssius is Gerechtelijk Deskundige en werkzaam als schadedeskundige bij Krantz & Polak RESOLVE te Bilthoven

[1] http://www.advocatenblad.nl/?p=86822

ZLTO: kleine verzekeraars vergoeden hagelschade wel na ‘ijsstorm’

Een aantal verzekeraars heeft, na overleg met ZlTO, inmiddels besloten om de hagelschade van (ijs)storm van 23 juni te dekken, ook al is alleen een stormschadeverzekering afgesloten.

“Het gaat met name om de kleinere verzekeraars die deze soepeler lijn gaan hanteren. Van leden weten wij dat Nationale Nederlanden, Delta Loyd en Klaverblad wel uitkeren. Aegon en Achmea vooralsnog niet”, zegt Hans Huijbers, voorzitter van ZLTO. Bij die verzekeraars voert ZLTO de druk op om toch coulance toe te passen.

ZLTO wil verzekeraars overtuigen van de bijzondere omstandigheden van de supercel met een ijsstorm tot gevolg. Stormschadeverzekeraars mogen niet hun verantwoordelijkheid ontlopen door zich te verschuilen achter regeltjes, zegt Huijbers. “Wij spreken over een ijsstorm en de grote verzekeraars verschuilen zich achter óf storm óf hagel. Het is te kinderachtig voor woorden. Ze laten mensen in de kou staan”,

Ervaring versus aandeelhouders

Volgens schade-expert Eric Horssius van Krantz-Polak klopt het dat tussen verzekeraars verschil is in coulance. “Het is in mijn ervaring zo dat kleinere verzekeraars beschikken over medewerkers met een lange staat van dienst en robuuste ervaring. Grotere verzekeraars (Achmea/Interpolis, ASR) beschikken over minder gekwalificeerde medewerkers die –reeds om die reden- vasthouden aan een grammaticale interpretatie van de polisvoorwaarden en niet aan de bedoeling van de partijen. Daarboven hebben grotere verzekeraars meer last van aandeelhouders die ook schadedirecteuren dwingen tot jaarlijks verbeterde winsten en dividenden. Aldus krijg je uitleg-verschillen die in Nederland in de regel worden opgelost door bekwame rechters.”

Horssius noemt een voorbeeld waarbij één van de verzekeraars ook de claim voor stormschade afwijst omdat er gedurende tien minuten een windsnelheid gemeten moet worden, hoewel dat nergens in de voorwaarden staat. Horssius denkt dat de rechter zich hierover moet buigen.