Toeval bestaat niet – contra expertise verzekering overval

In 2007 werd in Rotterdam een “Ome Ko” overvallen. “Ome Ko” zult u zich afvragen. Wie is ome Ko? Ome Ko is de een van de vele bijnamen die gegeven wordt aan een bedrijf wat luxe gebruikte goederen in- en verkoopt. Het is een bedrijf wat erg in zwang is bij mensen die tijdelijk financieel krap zitten en tegen inlevering van bijvoorbeeld sieraden, de beschikking krijgen over geld.
Dit bedrijf, het bestaat inmiddels zo’n 15 jaar, werd op een kwade zaterdagavond, na sluitingstijd beroofd. De bedrijfsleidster werd bij haar woning gedwongen om terug te keren naar het bedrijf. Onder dreiging van een vuurwapen, heeft zij de voordeur en kluis van het bedrijf geopend. de overvallers verdwenen met een aanzienlijke buit, bestaande uit vele horloges en gouden sieraden. Ondanks dat het TV Programma “Opsporing Verzocht” er ruim aandacht aan besteedde, en natuurlijk de Rotterdamse Politie zijn best deed om de daders te pakken te krijgen, bleven resultaten uit.
Dit bedrijf had, niet onverstandig, een verzekering gesloten tegen schade die het gevolg was van zo’n overval. Ook de verzekeraar AEGON besloot een onderzoek in te stellen. Zij bestede het onderzoek uit aan het bekende onderzoeksbureau Interseco. Deze onderzoekers gingen slagvaardig aan het werk. Al snel was duidelijk dat zij dit anders en vooral sneller en agressiever deden dan de Politie. Verzekerde werd wijsgemaakt dat hij vooral geen eigen expert moest inschakelen. Resultaten bleven ook niet uit. Na enige weken kon dit, deskundig geachte, onderzoeksbedrijf al resultaten melden aan haar eigen opdrachtgeefster AEGON. Deze resultaten logen er niet om: “onjuistheden bij de aangifte, innerlijke tegenstrijdigheden….. Sterker nog, er kon niet worden bevestigd dat er sprake was van een gewelddadige beroving of enig andere gedekte gebeurtenis”. AEGON haastte zich om op basis van dit rapport het betaalde voorschot van € 75.000,– terug te vorderen. Dat deed zij door op een gegeven moment beslag te leggen op alle bezittingen van het bedrijf en haar directie. Volgens AEGON’s schadebehandelaar Schönherr, die desgevraagd een toelichting gaf op deze door de gedupeerde niet te begrijpen actie, zou de AEGON “altijd en in ieder geval het woonhuis verkopen van een der directeuren om aan zijn geld te komen. Met oplichters, zoals deze directeur, was AEGON helemaal klaar!”

Tja, daar sta je dan met je goede gedrag. Je leest wel eens dat verzekeringsmaatschappijen niet voldoende schade uitkeren. Je leest ook wel eens dat assuradeuren helemaal niets uitbetalen, maar als je dat leest dan denk je ook: “dat zullen ze best goed uitgezocht hebben, dan zeggen clubs als AEGON niet zomaar”. Maar nu het deze nette, hardwerkende, integere en, vooral GEDUPEERDE, overkomt begin je te geloven dat verzekeraars het flink bij het verkeerde eind kunnen hebben. Dat is op zich al een probleem, maar het probleem wordt nog groter omdat het een opeenstapeling wordt van narigheid: je krijgt geen schadevergoeding dus je komt in de financiële problemen. Als je in de financiële problemen komt weten de meeste financiers en relaties ook niet meer wat ze moeten doen. De vraag dringt zich op of dit door de AEGON ook voorzien was, of dat het slechts (ik weet niet wat erger is) dommigheid is aan de kant van de schadebehandelaar.
Enfin, na de eerste schrik vond “Ome Ko” medestanders. De huisbankier geloofde in zijn integriteit en zette de relatie voort. De contra-expert hielp met een goede advocaat in de persoon van mr O. Hammerstein, advocaat te Amsterdam.

Het proces werd door AEGON op hun dooie gemak gevoerd. Het leek wel of ze nog steeds verwachtten dat het bedrijf zo murw was gemaakt dat het om zou vallen. Eindelijk, bij de behandeling voor de Haagse Rechtbank, bleek de fungerende rechter korte metten te maken met de wijze van schadebehandeling door AEGON. Een van de vriendelijkste opmerkingen van de rechter tegen AEGON was dat hij “zelden een duidelijker voorval had gezien waar juist wél dekking verleend moest worden”. Jammer genoeg was dit voor de AEGON nog onvoldoende om zich juist en correct op te stellen. Nog steeds bleef zij haar – onjuiste – standpunt verdedigen om uiteindelijk zelfs de helft te bieden van de geleden schade. Verzekerde werd nog wel ingepeperd dat dit volstrekt “coulancehalve” was. Dit -in de verzekeringwereld meest misbruikte woord- betekende in dit geval niets minder dan een klap in het gezicht van de toch al zwaar beledigde gedupeerde. Verzekerde ging er niet op in en verzocht de rechter om een eindvonnis. Dit vonnis kwam op 1 juni 2011. Een volledige afwijzing van de eisen van AEGON én een volledige bevestiging dat AEGON de verzekeringsovereenkomst moet nakomen én een forse proceskostenveroordeling voor AEGON (maken de aandeelhouders van AEGON zich geen zorgen over zo veel verspilde centen?).
Maar een zweem van twijfel bleef hangen over de overval. AEGON zou toch niet gelijk hebben gehad met haar door Interseco onderbouwde stellingen, dat de hele overval in scene was gezet om de verzekeringsmaatschappij op te lichten?

Toeval, het begrip wat bij verzekeraars en haar schadebehandelaars maar niet begrepen wordt, speelt een grote rol. Een week na het vonnis van de Haagse Rechtbank meldde de Rotterdamse politie dat, als gevolg van het niet aflatende onderzoek, een aantal daders (pardon: verdachten) waren gearresteerd. Zij hadden inmiddels bekend en daarmee was de cirkel rond. De AEGON zal hier wel geen lering uit trekken, ik hoop dat gedupeerden dit vooral toch wel doen.

mr E.M. Horssius, chartered surveyor, werkzaam bij Krantz & Polak RESOLVE te Utrecht, kwam deze zaak tegen in zijn praktijk.